Auteur: Saskia van Broekhoven
Omgevingsmanagement bij onderhoud is saai! Toch?
‘Een beetje maaien, snoeien en afval ophalen, hoe moeilijk kan het nou zijn?’
Dat dacht ik toen ik werd gepolst voor de rol van omgevingsmanager namens aannemer idverde bij een onderhoudscontract voor Rijkswaterstaat. Twee tot drie dagen in de week bezig zijn met het groenonderhoud rondom de Maas, met een paar bijkomende klussen op de stuw- en sluiscomplexen, die het aantrekkelijk zouden houden voor mij als waterbouwer. Twee vingers in mijn neus, dacht ik. Na een paar enerverende opdrachten was ik wel toe aan iets eenvoudigs en comfortabels. Deze vraag kwam dan ook precies op het juiste moment voor mij.
Het omgevingsmanagement bij regulier, dagelijks groenonderhoud stelt in de regel (relatief) weinig voor. Conditionering speelt nauwelijks een rol, behalve ecologie. Vergunningen zijn meestal niet nodig, hooguit wat verkeersmaatregelen, aanlegvergunningen en werkaanvragen. En stakeholders zijn het al jaren gewend dat er wordt gemaaid en gesnoeid in de buurt. Dat was de reactie van omgevingsmanagers om mij heen, én de inschatting van de aannemer bij de start van het contract. Niets bleek minder waar. Sterker nog: deze opdracht is één van de meest enerverende die ik tot nu toe heb gedaan. Hoe dat komt? Daarvoor moeten we eerst terug in de tijd.
Terug in de tijd…
Met een geschiedenis van zo’n 100 jaar naderen de stuw- en sluiscomplexen in de Maas en de sluizen en bruggen van het Julianakanaal het einde van hun levensduur. Ze vertonen de nodige slijtage en gebreken én er is de afgelopen decennia een achterstand in onderhoud ontstaan in het areaal. Het dagelijks onderhoud is daarom niet meer genoem om alles veilig en functioneel te houden. Er moeten grotere pleisters worden geplakt. Dat heeft geleid tot veel opdrachten voor meerwerk. En omdat daarvoor geen raamovereenkomst was, werden deze klussen uitgevraagd bij idverde. De oorspronkelijke contractwaarde van 12,5 miljoen is daardoor uiteindelijk 65 miljoen geworden! Dat betekende nogal wat voor de teams van zowel Rijkswaterstaat als idverde.
De allergrootste uitdaging zat dan ook in het team waarmee we dit contract hebben ingevuld. Dat team moet kunnen inspelen op de veelzijdigheid van het werkpakket én er moest gesleuteld worden aan teamontwikkeling en -building. Daarnaast waren de omvang van het project, het werken volgens een IPM-model én de civiele werkzaamheden nieuw voor idverde. Uiteraard kun je de uitvoering daarvan wegleggen bij onderaannemers, maar hoe manage je dat goed? Doe je dat zelf of besteed je dit uit? Tijdens het traject bleek regelmatig dat een boomveiligheidscontrole toch écht iets anders is dan een onderwaterinspectie van een sluis en het vervangen van lichtmasten weinig overeenkomsten vertoont met het kappen van bomen. Onze projectleiders hebben een ruime ervaring in het groen, maar de civiele wereld zit toch echt anders in elkaar.
Teams smeden en ontwikkelen
Hoe moesten we dit slim aanpakken? Allereerst hebben we mensen met een civiele achtergrond gezocht en hen met de ‘groene’ mensen van idverde tot één team gesmolten. We investeerden in teamontwikkeling en zochten een tweede OM-adviseur. Dat was hard nodig, want het werk viel soms letterlijk van het bureau.
Tegelijkertijd vormde het werk inhoudelijk een uitdaging. Het areaal was groot en er werden veel projecten tegelijkertijd uitgevoerd. Dat betekende continu alert zijn en vaak op het laatste moment nog raakvlakken afstemmen met allerlei partijen. We werden regelmatig verrast door projecten vanuit bijvoorbeeld waterschappen. Maar ook intern RWS stonden we af en toe voor verrassingen en merkten we dat onderhoud minder prioriteit krijgt dan andere projecten. Dat betekende continu meebuigen en opschuiven.
‘Spoedjes en Gedoetjes’
Bovendien brengen al die ‘kleine, eenvoudige’ civiele werkzaamheden tóch het nodige OM-werk met zich mee. Van monumentenvergunningen en omgevingsvergunningen tot onderzoek naar explosieven en archeologische waarden. Er kwam van alles voorbij. Ik heb het OM-team dan ook regelmatig schertsend de afdeling ‘Spoedjes en Gedoetjes’ genoemd. En dat was het ook écht. Een boom omzagen boven op een beverhol. Water uit het Julianakanaal willen gebruiken om de droogstaande duiker eronder te spoelen. Zeggen dat je één gat gaat boren en geen BAL-melding nodig hebt, terwijl het er veertien zijn. Een kraan zonder vergunning of berekening op een monumentale sluiskolk zetten. Het zijn wat voorbeelden van situaties waar je met een onervaren team tegenaan loopt. Het houdt je lekker aan het werk. En: het wordt nooit saai!
Na ruim tweeënhalf jaar samenwerken kunnen we zeggen dat er voor omgevingsmanagement nu een team staat met voldoende kennis en kunde, dat elkaar weet te vinden en te versterken. En daar ben ik trots op!
Leuk, leerzaam en enerverend
Bij dit project heb ik breder mogen en móéten kijken dan mijn OM-opdracht. Een stukje zendingswerk voor het omgevingsmanagement, het team leren hoe goed projectmanagement werkt, uitleggen hoe een opdrachtgever werkt en waar deze behoefte aan heeft, met elkaar zorgen dat het kernteam goed functioneert en de implementatie van integraal projectmanagement. Waar ik dacht dat ik dit met twee vingers in mijn neus zou doen, werd het een leuke, leerzame en vooral enerverende opdracht. En saai? Dát zeker niet.
