Van droogte naar daadkracht: hoe waterbeheer in eigen omgeving een groot verschil kan maken
De zomer van 2026 heeft opnieuw laten zien hoe kwetsbaar Nederland is voor droogte. Tegelijkertijd weten we dat het najaar en de winter perioden van extreme neerslag zullen brengen. De vraag is allang niet meer óf het water komt, maar wat we ermee doen. Ik denk dat dit klein begint. Want terwijl de aandacht tijdens World Water Week enige tijd geleden uitging naar mondiale watervraagstukken, is een belangrijk deel van de oplossing gewoon in onze eigen tuin en directe omgeving uit te voeren.
De centrale boodschap van World Water Week is dat water niet alleen een milieuvraagstuk is, maar ook een vraagstuk van mensen, samenwerking, investeringen en een leefbare planeet. Het gaat om water voor mensen, water voor welvaart, water voor natuur en klimaatbestendigheid, en bovenal om gezamenlijke actie. En in dat laatste schuilt de uitdaging voor Nederland.
Het paradoxale waterland
We leven in een land dat bekendstaat om zijn strijd tegen het water; Nederlanders zijn zeer goed in het beheersen van water. Toch kampen we steeds vaker met twee uitersten tegelijk. In droge periodes daalt het grondwaterpeil, verdrogen natuurgebieden en krijgen bomen, landbouw en stedelijk groen het zwaar. En enkele maanden later staan straten blank, lopen riolen over en ontstaat wateroverlast in woonwijken en op akkers.
Dat is geen tegenstelling. Het zijn twee kanten van hetzelfde probleem: we voeren nog steeds te veel water te snel af en kunnen het slechts beperkt bufferen. Decennialang was dat logisch. Water moest weg. Zo snel mogelijk. Via goten, straatkolken, riolen en gemalen richting sloot, kanaal of zee.
Onder invloed van klimaatverandering werkt dat systeem steeds minder goed. Het water dat we in de winter afvoeren, missen we in de zomer. We moeten water dan ook gaan koesteren als waardevolle grondstof voor ons bestaan.
Vasthouden is het nieuwe afvoeren, de eigen tuin als waterbuffer
De toekomst van waterbeheer ligt daarom niet bij het beheersen van het water, maar het beheren ervan als goed huisvader. We moeten onze keuzes goed afwegen en zorgvuldig handelen. In de praktijk betekent dit, dat we moeten schaken op vele borden en op vele niveaus. Van strategisch en landelijk tot praktijkgericht en persoonlijk.
Centraal Beheer heeft becijferd dat Nederland naar schatting ca 1.100 km2 oppervlak aan verharding in tuinen kent, verdeeld over 5 miljoen woningen met tuin (dat is inclusief opritten, grind en vergelijkbare halfverharding). Stel dat we in 0,1% van de tuinen water kunnen vasthouden, dan scheelt dat op jaarbasis grofweg 1 miljard m3 waterafvoer via het riool, verspreid over heel Nederland. Om nog maar te zwijgen over de energiebesparing op de rioolwaterzuivering en de lagere CO2-uitstoot. Bijkomend effect is ook nog eens dat een groene tuin koeler is dan een betegelde tuin.
Vele kleine maatregelen van inwoners samen kunnen dus een groot verschil maken. En dat begint met een simpele keuze: minder steen, meer groen. Een versteende tuin werkt als een snelweg richting het riool. Een groenere tuin daarentegen houdt water vast, en laat het infiltreren. Ook verdampt een deel.
Elke tegel die eruit gaat helpt dus, zoals de landelijke Steenbreek-beweging al jaren bepleit. En als je dan de smaak te pakken hebt, overweeg dan een regenton, of zelfs twee. Heb je wat meer ruimte? Leg een wadi aan, al dan niet gecombineerd met actieve infiltratiekratten. Wat op één perceel een druppel lijkt, wordt op wijkniveau een aanzienlijke waterbuffer. En het sluit naadloos aan bij de oproep van World Water Week om waterzekerheid en klimaatbestendigheid niet alleen vanuit beleid, maar ook vanuit lokale actie te versterken.
En als het dan toch weg moet...
Natuurlijk kan niet alle neerslag worden vastgehouden. Soms vallen er in korte tijd tientallen millimeters regen. Dan moet het water alsnog kunnen worden afgevoerd. Dat water moet zeker weg van de wegen, waarvan de opgehoopte vervuiling dan afspoelt naar het riool.
Ook daar kunnen bewoners helpen. Wie kent ze niet: de straatkolken (in de volksmond ook wel ‘putten’ genoemd) die tijdens een stortbui veranderen in kleine fonteinen omdat ze verstopt zitten met bladeren of zwerfafval? Een bezem doet in zo'n geval wonderen. Daarom een eenvoudig voorstel: adopteer een straatkolk.
Dat is geen officiële taak, wel een prettige buurtafspraak. Of doe het gewoon, omdat het kan. Veeg af en toe de bladeren weg. Controleer de afvoer vóór een aangekondigde bui. Het kost nog geen minuut en kan lokaal veel wateroverlast voorkomen. De gemeente kan immers niet altijd overal tegelijkertijd zijn. En waterbeheer is te belangrijk om uitsluitend aan professionals over te laten.
Bewustzijn als grootste winst
De grootste verandering die nodig is, zit uiteindelijk niet in de bodem, het riool of de techniek. Die zit tussen onze oren. Nederland moet af van het idee dat water een probleem is dat opgelost moet worden zodra het verschijnt. Water is een grondstof die we moeten koesteren, vasthouden en slim gebruiken.
De komende maanden zullen opnieuw laten zien hoe grillig ons klimaat wordt. Eerst droogte, daarna overvloedige regen. Dat vraagt om een andere houding. Goede afvoer is bij pieken noodzakelijk. Vasthouden is beter. Bewust omgaan met water is het best.
Daarmee begint de oplossing niet alleen in Den Haag, Brussel en Stockholm tijdens de World Water Week. Die begint óók gewoon in onze eigen tuin. Samen maken we, iedereen met een gezamenlijke verantwoordelijkheid, het verschil.
