Waterstof wordt gezien als een van de grootste bijdragers aan de energietransitie. Met name de eigenschap van waterstof om voor langere tijd en op grote schaal (duurzame) energie op te slaan biedt veel kansen. Booster Jasper houdt zich als consultant Duurzaamheid dagelijks bezig met waterstof en hoe investeringen op het gebied van waterstof het best benut kunnen worden. Vol passie vertelt Jasper over de uitdagingen die hij in zijn werk tegenkomt en hoe het investeringsmodel waterstof helpt om de juiste keuzes te maken.

Waterstof: een kansrijke schakel in de energiemarkt

Waterstof is een energiedrager, een eigenschap die de komende 50 jaar vooral van pas komt om energieneutraal te worden. Waterstof is een hulpmiddel. Het is weliswaar niet direct een bron van energie, maar het biedt wel de mogelijkheid om energie op te kunnen slaan. Daar ligt volgens Jasper ook de grootste uitdaging. “We kunnen inmiddels prima groene energie produceren, maar tegelijkertijd zien we op het elektriciteitsnet dat het lastig is groene energie ook weer terug te leveren. Door energie tijdelijk op te slaan in waterstof slaan we een brug tussen vraag en aanbod.” Daar komt bij dat waterstof gemakkelijk te transporteren is, zowel in vloeibare vorm of in gas, via een vrachtwagen of een pijpleiding.

Dit maakt dat waterstof voor verschillende toepassingen geschikt is. Denk bijvoorbeeld aan de logistieke sector. “Voor zwaar transport is elektrisch rijden vaak geen oplossing omdat het benodigde accupakket te omvangrijk is en opladen tijdrovend. Met rijden op waterstof is een tank echter in 10 minuten weer gevuld: een werkwijze die goed aansluit bij het traditionele tanken en voor transporteurs reden om niet over te stappen op andere vorm van duurzame vervoer.” Maar ook in de industrie kan waterstof het verschil maken: “voor de hoge temperatuur processen die plaatsvinden bij de productie van bijvoorbeeld staal, kun je in plaats van aardgas en kolen ook waterstof gebruiken.”

“En”, vervolgt Jasper, “we hebben voor het gebruik van waterstof in Nederland al een hele goede infrastructuur liggen: het gasleidingennetwerk. Dat kun je in principe vrij gemakkelijk ombouwen om over te stappen op waterstof. Veel cv-ketels kunnen bijvoorbeeld nu al op een mengsel van aardgas en waterstof branden. Daarnaast zijn er ook cv-ketels verkrijgbaar die naar 100% waterstof omgebouwd kunnen worden.

Opslag van energie: een uitkomst voor groene energie?

De toepassing van waterstof is bedoeld om energie op te slaan. “Je kunt energie onbeperkt opslaan in waterstof, maar houd er wel rekening mee dat in het hele proces van het omzetten van energie naar waterstof middels elektrolyse zo’n 40% tot 60% van die energie verloren gaat. In dat opzicht is het gebruik van waterstof eigenlijk een inefficiënte techniek. Als je duurzame energie hebt, is het dus altijd beter die direct in te zetten. Helaas sluiten vraag en aanbod van duurzame energie niet altijd goed op elkaar aan. Bijvoorbeeld als het ‘s nachts hard waait en windmolens veel energie produceren maar de groene energie niet gebruikt wordt – dan is het opslaan van die energie in waterstof alsnog een duurzaam alternatief. Sterker nog: het huidige energiesysteem kan een overschot aan groene energie niet aan”. Door het gebruik van waterstof sla je zo twee vliegen in één klap: 1) het energiesysteem wordt minder belast en 2) overschotten in groene energie kunnen op een later moment alsnog worden benut. Zo gaat groene energie niet verloren.

Massaal over op waterstof?

Toch schieten waterstofinitiatieven nog niet als paddenstoelen uit de grond. De grootste uitdaging in het gebruik van waterstof zit volgens Jasper in het opstarten. “In de transportsector stappen veel vervoerders nog niet over omdat er nog maar weinig tankstations zijn. Het is een enorme uitdaging om waterstof, en dan met name groene waterstof, betaalbaar te krijgen.”

Het gebruik van waterstof is immers niet nieuw. “Waterstof wordt al heel veel gebruikt, bijvoorbeeld in de chemische industrie, hoogovens en olieraffinaderijen. Hier gebruikt men voornamelijk grijze waterstof, die gemaakt wordt door middel van aardgas. Dat is een stuk goedkoper dan groene waterstof. Grijze waterstof zit rond de 1,5 a 2 euro per kilo, terwijl groene waterstof rond de 3 a 6 euro per kilo kost. Omdat er nog niet op grote schaal met groene waterstof wordt gewerkt, is de productietechniek nog vrij duur. Gelukkig komt hier inmiddels al wel verandering in.”

Obstakels in de praktijk

De hoge prijs van groene waterstof vormt een direct obstakel voor de haalbaarheid van duurzame waterstofinitiatieven. “Op economisch vlak zie je dat partijen worstelen om zo’n grote investering te doen, terwijl ze weten dat de prijs van groene waterstof veel lager kan. Daarbij heb je naast investeerders ook afnemers nodig die een hoge prijs willen betalen om groene waterstof af te nemen. Want als er weinig vraag is, waarom zou je dan in waterstof gaan investeren? Bovendien, een klein waterstof tankstation, voor zo’n 30 vrachtwagens per dag, kost al gauw 1 a 2 miljoen om te bouwen. Als je daarbij ook zelf de benodigde hoeveelheid groene waterstof wilt produceren is er nog een extra investering van zo’n 4 a 5 miljoen nodig, onder andere voor de elektrolyzer, compressor skid en opslagtank.”

Daarnaast speelt ook de beschikbaarheid van groene energie een belangrijke rol. “Vraag en aanbod is nog onvoldoende op elkaar afgestemd. Je kunt wel afnemers hebben voor waterstof, maar als er op dat moment geen of niet genoeg groene energie beschikbaar is om de benodigde waterstof te produceren, dan moet je het alsnog aanvullen met bijvoorbeeld aardgas.”

Kansrijke investeringen

Een waterstofinitiatief komt dus niet zomaar van de grond. Investeringen zijn omvangrijk en hun uitkomst onzeker. Des te belangrijker is het om vooraf inzichtelijk te hebben wat een investeerder kan verwachten. Dat is niet gemakkelijk, vertelt Jasper, want “ondanks dat veel partijen en projecten met waterstof bezig zijn, is informatie niet vrij beschikbaar. Zonder expertise is het haast onmogelijk om alle aspecten van een waterstofinitiatief te overzien.” Tegelijkertijd is het lastig inschatten of een expert ook echt de kennis in huis heeft. “In de praktijk zijn er helaas een hoop partijen die bepaalde kosten achterwege laten of mogelijke risico’s verkeerd inschatten en zo een te rooskleurig beeld schetsen.”

Met zijn investeringsmodel streeft Jasper naar transparantie vooraf, om zo de keuze voor een investering makkelijker te maken. “Mijn model is bedoeld om juist al in een beginstadium alle grote uitgaven en alle in- en uitkomstenstromen van een waterstofinvestering in kaart te brengen. Vaak gebeurt dit pas aan het eind van het investeringstraject, nadat de volledige opstelling is bepaald en keuzes zijn gemaakt voor machines en apparatuur. Een enorme tegenvaller als dan blijkt dat er nog een aantal miljoen boven de verwachting bijgeplust moet worden. Het doorrekenen van waterstofprojecten in een beginstadium voorkomt verrassingen achteraf en bied een hoop transparantie om vooraf de juiste risico-inschatting van de investering te bepalen: dit gaat het waterstofinitiatief kosten en dit zijn mogelijke bijkomende projectuitgaven waar vanaf start doorgaans geen rekening mee gehouden wordt.“

Meer waterstofinitiatieven naar de eindstreep

Na de eerste doorrekening wordt het voor Jasper pas écht interessant: “het leukste is om te puzzelen hoe een project rendabel te krijgen is. Door verschillende aanpassingen te doen in het model, kun je bepalen met welke keuzes het project wél rendabel wordt.” Daar zit ook de grootste uitdaging. “Het geeft enorm veel energie om te kunnen laten zien dat een investering toch mogelijk is. Of, als een investering niet mogelijk blijkt, een reëel beeld te kunnen geven waar partijen verder mee kunnen.”

Op deze manier hoopt Jasper dat er meer waterstofprojecten de eindstreep halen. “Er zijn zoveel plannen, zoveel bedrijven die iets met waterstof willen doen, maar die uiteindelijk door de bomen het bos niet meer zien. Vaak omdat de prijs veel hoger is, dan in eerste instantie verwacht. Door openheid te geven, hoop ik partijen handvaten te bieden zodat ze meteen door kunnen pakken. Met als doel dat er zo meer projecten de eindstreep halen.”

En zijn droom? “Het mooiste zou zijn dat het zware transport op waterstof gaat rijden. Of dat waterstof ingezet wordt in de luchtvaart, dat we gaan vliegen op waterstof in plaats van kerosine. Dat zou geweldig zijn. En dat die waterstof natuurlijk groen is opgewekt!”